dinsdag 10 mei 2016

Welcome to the island


Op maandag 2 mei was Niek aangekomen op het vliegveld in Managua. De eerste paar dagen is hij met mij mee naar school gegaan om te zien hoe ik lesgeef en om zich voor te stellen aan iedereen op school, want de docenten en de leerlingen waren heel benieuwd wie nou dat vriendje was die in mei zou komen. In die eerste dagen heb ik Niek Managua laten zien, de buurt waar ik de afgelopen drie maanden heb gewoond en de ‘mooie’ plekjes in Managua waar ik heen ging om te ontspannen. Hij verbaasde zich erover hoe ik me heb weten aan te passen aan de onhygiënische en ongeordende omstandigheden van hier, in Nederland ben ik het meisje dat nog geen deurklink durft aan te raken vanwege alle bacteriën die erop kunnen zitten…
                Na een paar dagen Managua wilde ik Niek laten zien dat Nicaragua ook mooie plekjes heeft, daarom zijn we een dagje naar El Bucanero in Nindiri gegaan. El Bucanero is een restaurant met uitzicht over de bergen en het meer dat er tussenin ligt. Je kunt er heerlijk eten en voor 50 Cordoba extra (€1,70) kun je er ook nog zwemmen in een zwembad. Het voelde daar even als vakantie, maar helaas kun je daar niet overnachten, dus we moesten in de avond weer terug reizen naar Managua. 
                Diezelfde dag kwam Niek met het idee om in het weekend naar Corn Island te vliegen. In eerste instantie vond ik het een slecht idee om voor slechts 3 dagen op en neer te vliegen, aangezien ik maandag gewoon weer les moest geven. Toch zijn we de volgende ochtend naar het vliegveld gegaan om tickets te kopen om naar Corn Island te gaan.
                Toen we aankwamen bij het ticketloket konden we al een ticket krijgen voor de eerst volgende vlucht (40 minuten later). Alles werd heel snel geregeld en Niek zou ondertussen even snel gaan pinnen. Na een kwartier kwam Niek terug, zonder geld. Volgens Niek zat er geen geld in de automaten. Gelukkig was de man van het ticketloket zo vriendelijk om even met Niek mee te lopen om te gaan pinnen, de eerste keer kwamen ze na  vijf minuten al terug, want de stroom was uitgevallen op het vliegveld, waardoor de pinautomaten niet meer werkte. Toen de stroom het weer deed gingen ze nog een keer samen weg. Tien minuten voordat we konden vliegen kwamen ze terug, weer zonder geld. ‘’Alle automaten op het vliegveld zijn leeg en bij de bank ernaast hebben ze ook geen geld mee’’ zei de man van het loket. Daar stonden we dan, met de tickets al bijna in de hand, maar zonder geld om mee te betalen. De eerst volgende vlucht konden we niet meer halen, maar we waren vastberaden om nog ergens geld te pinnen voor de vlucht van 14:00 uur. We zijn langs het hotel aan de overkant gegaan, daar hadden ze geen pinautomaat. Daarna zijn we naar het tankstation gegaan, ook geen geld in het pinautomaat. Onze laatste hoop was gevestigd op een tankstation ongeveer een kilometer van het vliegveld vandaan. We kwamen daar aan en er stonden wel drie pinautomaten in dat tankstation. Niek probeerde de eerste, die was ook leeg. Bij het tweede pinautomaat hadden we geluk, we konden eindelijk het geld pinnen voor de tickets!
                Toen we onze tickets hadden gekocht moesten we wachten in een kleine gate. Buiten zagen we vliegtuigjes landen waar ongeveer 30 mensen in passen. Met een van die kleine vliegtuigjes vlogen we via Blue Fields naar Corn Island. Eenmaal aangekomen op het vliegveld in Corn Island stonden er allerlei taxi’s klaar. We wisten niet waar we heen gingen en we hadden niks gereserveerd. Ik stelde voor om niet meteen een taxi te pakken, want ik was bang dat ze op het vliegveld heel duur zouden zijn. Dat bleek toch niet zo te zijn, er stapte een taxi chauffeur op ons af en die vertelde meteen dat alle taxi’s dezelfde prijs hanteren: ‘’20 Cordoba per persoon per stop’’. Het maakt niet uit hoe lang je in de auto zit, maar als je stopt betaal je 20 Cordoba per persoon (€0,60). Natuurlijk zijn we meteen de taxi ingestapt toen we dat hoorde en we zijn met hem langs verschillende hotels gereden om te kijken of het iets was en of er plaats was. Toen we aankwamen bij Maris Danets wisten we dat we op de juiste plek waren. Een prachtig blauw huisje met een veranda. Vanuit de veranda (en onze slaapkamer) had je een geweldig uitzicht op het strand en de turquoise blauwe zee. Het zag er allemaal net zo mooi uit als op de foto’s van google.
                Op Corn Island konden we helemaal tot rust komen. Iedereen is daar heel vriendelijk, niemand valt je lastig en er is niemand die je portemonnee zal stelen (wat me in Managua nu al twee keer is overkomen). Zelfs de honden zijn heel gastvrij. Een van de honden op het eiland is een hele dag met ons meegelopen. In het begin was ik heel bang voor de hond, omdat hij op ons af kwam rennen en best groot was, tot een man op straat riep: ‘’Niet bang zijn, hij houdt van vreemdelingen’’.
                Op het einde van onze wandeling met de hond liepen we langs Casa Canada, het mooiste hotel ooit. We liepen naar binnen om een kijkje te nemen en we waren meteen verkocht. We besloten om een keer niet aan geld te denken en de laatste twee dagen daar te overnachten, van die keuze hebben we zeker geen spijt gehad.
                We sliepen in een bungalow met uitzicht op de zee. Er was een warme douche, airco, televisie, leren banken en stoelen, en een koelkast. Toen de assistente manager Gina ons vertelde dat we handdoeken kregen voor het strand en andere handdoeken voor de douche kon ik mijn lach niet meer inhouden, na al die tijd in Managua te hebben gezeten kon ik niet geloven dat ik in zo’n luxe hotel zou slapen die nacht. Toen Gina weg was hebben Niek en ik als twee kinderen gillend door de kamer gerend van geluk.
                Maandag ochtend kwamen we weer aan in Managua en zijn we naar school gegaan voor mijn laatste les aan de docenten, de rest van de week zal ik mijn laatste lessen aan de leerlingen geven. Na mijn les hadden de docenten een verassing voor me, een feestje bij Cristian thuis. Een van de docenten had met een aantal leerlingen een piñata voor me gemaakt, Jordy en Niek hadden het snoep gekocht en Cristian en haar moeder hadden voor iedereen gekookt. Het was een super leuk feestje en ik heb nooit geweten dat het zo moeilijk is om een piñata kapot te slaan.

Adiós. 















Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen