woensdag 1 juni 2016

Mijn reis naar Nicaragua

Afscheid op de school
Op woensdag 11 mei zou ik mijn laatste lessen geven op het Maas Waal College in Managua. Ik moest die dag al eerder op school aanwezig zijn, omdat de docenten en kinderen nog afscheid van mij wilde nemen.
Toen ik op school aankwam stonden alle kinderen en docenten op het schoolplein. Al snel begon Jordy samen met de tweede klas een liedje te zingen, het liedje dat ik de eerste klas wilde leren, maar wat niet lukte. De tweede klas zong het liedje wel uit volle borst mee.
Nadat Jordy en zijn klas klaar waren met zingen werd ik op het podium gevraagd. Mijn Collega Cleotilde nam de microfoon van Jordy over en hield een toespraak waarin ze vertelde dat dit mijn laatste dag was op de school. Ze vertelde dat enkele leerlingen iets hadden voorbereid voor mijn afscheid, de eerste was Hazel Gaitan uit de zesde klas. Hazel kwam het podium op met een mooie roze strik in haar haren en een mapje met daarin een zelf geschreven gedicht. Helaas kon ik niet alles verstaan van haar gedicht, maar gelukkig heeft Niek achteraf nog een foto van het gedicht gemaakt.
Later kwam mijn collega Conny op het podium, ze wilde mij namens alle docenten bedanken voor de Engelse les die ik aan hen had gegeven. Ze vertelde me dat ik altijd welkom ben om terug te komen naar Nicaragua en de school en dat ze mij heel erg zullen missen.
Vervolgens kwam er weer een leerling het podium op, Raquel uit de zesde klas. Raquel had ook een gedicht geschreven, deze kon ik wel goed verstaan. Het was een super lief gedichtje over hoe blij ze met mij was en dat ze hoop me snel weer te zien. Ondertussen zag ik dat er kinderen op het plein stonden te huilen. Natuurlijk zei ik telkens weer bedankt en tot snel tegen iedereen die iets voordroeg, maar ondertussen wist ik ook dat ik de meeste van hen nooit meer terug zal zien.
Na Raquels gedicht kwamen de directeur en een andere leerling uit de zesde klas het podium op. De tranen liepen over het gezicht van het meisje en de directeur vertelde dat ze me allemaal heel erg gaan missen en dat ze het liefst hebben dat wij (Jordy en ik) het hele jaar zouden blijven. Het meisje had een cadeautje in haar hand, de directeur vertelde dat ik dit cadeautje kreeg van alle leerlingen. Daarna deden alle kinderen hun armen wijd open en zeiden ze: ‘’We houden heel veel van jou!’’. Het was zo lief, maar ook zo verdrietig allemaal, want ik zag steeds meer kinderen (vooral meisjes) op het schoolplein huilen.
Vervolgens werd het liedje gezongen dat elke ochtend wordt gezongen op school. Ik heb in Nederland even opgezocht hoe het lied heet, het heet ‘’Himno de la Cruzada Nacional de Alfabetización’’. Nadat het lied was afgelopen gingen de leerlingen weer naar de les, althans dat was de bedoeling. Een aantal leerlingen bleven met mij op het schoolplein, want ze wilde nog knuffelen en foto’s maken. Ik heb me al die tijd groot gehouden, totdat Cristoffer me begon te knuffelen en begon te huilen, toen hield ik het ook niet meer. Ik wist dat ik die kinderen allemaal zo erg zou gaan missen, maar dat ze mij zouden missen vond ik nog erger.
Op een gegeven moment zag ik een aantal meisjes in hele mooie jurkjes rond lopen en Cristian kondigde aan dat het feest nog niet was afgelopen en dat er nog een paar optredens kwamen. De meisjes uit de vijfde klas begonnen met een dansje op reggaeton muziek, ongelofelijk om te zien hoe die meisjes kunnen dansen. Daarna werd er nog een dansje gedaan door drie meisjes in traditionele jurkjes, dat was ook prachtig om te zien. Er was echter één optreden dat ik nooit zal vergeten en dat was het optreden van Lousiana, de dochter van Cristian, mijn vriendinnetje. Ze zong het liedje ‘’ three little birds’’ van Bob Marley. Ik had haar al vaker horen zingen, maar nog nooit in het Engels. Ze maakte er een prachtig optreden van waar ik ontzettend van heb genoten. Christoffer sloot uiteindelijk het feestje af met een gedicht en vertelde de leerlingen daarna dat iedereen weer terug moest naar de les.
Na alle optredens moest ook ik weer lesgeven, nu voor de laatste keer. Tijdens mijn laatste twee lessen kreeg ik telkens briefjes, tekeningen en cadeautjes (uit moeders sieradendoos) in mijn handen gedrukt door de leerlingen. En ondanks alle drukte van het feest verliepen de lessen gelukkig nog erg goed. Ik sloot beide lessen af door lolly’s uit te delen en met alle leerlingen nog een keer te knuffelen.

Isaac
De laatste dagen in Nicaragua had ik vrij om nog een beetje van het land te verkennen samen met Niek. We besloten om naar Granada te gaan, een van de meer toeristische steden van Nicaragua. We sliepen daar in een prachtig hotel, waar we de tweede dag ook nog eens twee gratis massages kregen, omdat de airco de eerste nacht niet werkte. Het was echt genieten in Granada, we hebben er prachtige gebouwen gezien, heerlijk gegeten en mooie foto’s kunnen maken.
                Het genieten eindigde echter al snel toen we de derde ochtend een jongetje op straat midden in de zon zagen slapen. Ineens zagen we dat het prachtige Granada ook een andere kant kent. We vroegen het jongetje of hij honger had en of hij met ons iets wilde gaan eten. Er kwam nauwelijks geluid uit de mond van het jongetje, maar hij antwoordde door met ons mee te lopen.                Onderweg naar het restaurant heb ik de jongen meerdere malen gevraagd hoe hij heette, maar telkens kon ik hem niet verstaan omdat hij zo zacht praatte. Ik ging er vanuit dat hij gewoon heel verlegen was en daarom niet veel zei. Het enige wat ik wel verstond was dat hij twaalf jaar oud was.
                Aangekomen bij het restaurant gaven we hem een menukaart. We vroegen hem wat hij wilde eten en drinken. ‘’Cola en kip’’ antwoordde hij. De serveerster en ik vroegen hem een aantal keer wat hij precies wilde. ‘’Kip met rijst, een broodje met kip, wat wil je?’’ vroeg de serveerster. Weer antwoordde de jongen alleen met: ‘’Kip’’. Uiteindelijk gaven we het op en bestelde we voor hem kip met rijst.
                Terwijl we op het eten aan het wachten waren probeerde ik met de jongen te praten. Ik vroeg hem nogmaals om zijn naam, dit keer antwoordde hij iets harder: ‘’Isaac heet ik’’. Ik vroeg aan Isaac of hij naar school ging of dat hij misschien werkte. Hij vertelde dat hij niet naar school ging en ook niet werkte, verder zei hij niks. Ik liet de jongen weer even met rust, want ik dacht dat hij moe was aangezien hij op straat lag te slapen en wij hem wakker hadden gemaakt.
                Nog voordat het eten er was had Isaac al twee flesjes cola op en nog steeds niet echt iets gezegd. Toen ik iets beter naar hem keek zag ik dat zijn ogen steeds dicht vielen. Ik vroeg hem of hij moe was, waarop hij een beetje met zijn hoofd knikte. Ineens begon het tot me door te dringen dat hij waarschijnlijk niet alleen moe was, maar misschien ook wel onder invloed van drugs was.
                Niet veel later kwam het eten er al aan. We ontbeten in stilte en Isaac leek te genieten van zijn ontbijt, want hij had het al op voordat wij ons broodje op hadden. Daarna werd het ongemakkelijk, want wat moesten we doen, we wilden hem niet zo achterlaten. Niek merkte op dat Isaac veel te grote schoenen droeg, dus hij stelde voor om nieuwe schoenen voor Isaac te kopen. Nadat we nieuwe schoenen voor Isaac hadden gekocht werd het toch tijd om afscheid te nemen, want de volgende dag zouden we weer verder reizen naar San Juan Del Sur en we wisten niet hoe we Isaac nog verder konden helpen. Niek gaf Isaac nog wat geld en wij gingen terug naar het hotel. Achteraf heb ik nog erg getwijfeld of het wel goed was om hem geld te geven.
                De rest van de dag waren we alleen nog maar met Isaac bezig, we vroegen ons af of hij echt drugs zou gebruiken en of hij überhaupt wel ouders heeft of een dak boven zijn hoofd. In de avond gingen we in het park zitten met twee drankjes. Al snel kwamen er allemaal mensen langs om geld te vragen of om iets te verkopen. Achter twee kinderen die geld vroegen zagen we Isaac lopen, we herkende hem aan de fel blauwe schoenen die we die middag voor hem hadden gekocht. Isaac herkende ons niet meer en was nog even stil als een paar uur daarvoor. De vriendjes van Isaac hadden een flesje in de hand, waar ze niet uit dronken, maar die ze aan hun lippen lieten hangen. Ergens wist ik wel dat hier lijm in zat, maar ik wilde het zeker weten dus ik vroeg aan Isaac wat erin zat, ‘’Niks’’ zei hij en hij pakte het flesje van zijn vriendjes af en liep weer verder.
                Ik vroeg een dakloze man in het park wat er in het flesje zat, ‘’lijm’’ zei de man. De man heette Maikel en hij wilde ons graag even gezelschap houden inruil voor een van onze drankjes, aangezien al ons geld al weer op was na tien minuten in het park. Maikel vertelde ons dat veel kinderen in Granada lijm snuiven. ‘’De kinderen gebruiken lijm om hun zorgen te vergeten, om even geen honger te hebben. Als je lijm op hebt en naar boven kijkt is alles heel mooi.’’ Vertelde Maikel. Ik vroeg Maikel of het niet gevaarlijk was wat de kinderen doen en of er niemand is die ze helpt, zoals de kerk en ik wees naar de grote kathedraal die voor ons stond. ‘’Ja natuurlijk is het gevaarlijk, ze gebruiken het misschien drie tot zes jaar en daarna is het afgelopen, dan zijn ze dood’’. Als je hulp wilt dan moet je naar een afkickkliniek in Managua of León en die kosten veel geld vertelde Maikel me. Na een goed maar warrig gesprek met Maikel gingen we verslagen terug naar het hotel.

Terug in Nederland
Het is erg wennen om weer terug te zijn in Nederland. In Maganua werd ik elke ochtend wakker door het gekrijs van de papegaai van de buren, de zon die door de muren van mijn kamer brandde en het meisje dat elke ochtend haar brood probeerde te verkopen door heel hard: ‘’PAAAAAANNNN’’ te schreeuwen. Hier word ik pas wakker als ik weet dat ik echt niet meer kan slapen en dan is het vaak al best laat.
                Hier in Nederland is alles zo schoon en rustig, terwijl de vuilnis tijdens mijn laatste week in Managua twee dagen aan de straat heeft staan rotten omdat de vuilnismannen niet kwamen. Je ziet de viezigheid in Managua niet alleen, maar je ruikt het ook overal waar je loopt. De stank van de uitlaatgassen en het vuilnis dat heb je hier in Nederland niet, althans niet hier in Cuijk. Ook is er hier niemand die door je straat loopt te schreeuwen om iets te verkopen, of buren die om zes uur in de ochtend kei hard reggaeton draaien. Je zou zeggen dat het fijn is dat alles hier zo schoon en rustig is, maar toch mis ik op dit moment zelfs de herrie en de stank van Managua.
                Wat ik ook erg mis aan Nicaragua is dat het leven zich daar buiten afspeelt. Hier zit ik de hele dag binnen, is het niet thuis, dan is het bij iemand anders thuis, in een restaurant, in een café, maar altijd binnen. Misschien is het er in Nederland wel te koud voor, of hecht men te veel waarde aan zijn privacy om eens in de voortuin te gaan zitten in plaats van de achtertuin.
                De luxe van een warme douche, een schoon huis en altijd stromend water is fijn. ‘’Na drie maanden in een land zonder die luxe zal je de luxe in Nederland wel meer waarderen ‘’ zeiden vele tegen mij, maar de luxe daarvan went al snel en de waardering ervoor is er slechts even.
                Ik hoop dat de docenten en kinderen op het Maas Waal College gelijk hadden en dat ik ze snel weer kan zien, want ik mis niet alleen de herrie en de viezigheid, maar vooral mijn nieuwe vrienden in Managua.


Hasta pronto Nicaragua!



het gedicht van Hazel

met Karin

met Cristoffer

met de directeur. 

mijn laatste les aan de eerste klas.

De laatste avond in Managua werd ik verrast door dit drietal dat nog graag een lesje Engels wilde.

ons hotel in Granada

Isaac, de ochtend van ons vertrek.


filmpje van Maikel die rapt over kinderen en lijmgebruik


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen